Interne Begeleiding

Sandra

 

Sandra Lentfert
Interne begeleider


Als ouder hoopt u dat uw kind het goed naar de zin heeft op school. Met de meeste kinderen lukt dat prima maar soms is wat extra sturing nodig. Dan gaat het leren niet zo goed of u ziet dat uw kind niet ‘zo lekker in zijn vel zit’ en zich anders gedraagt. De interne begeleider en de groepsleerkracht komen dan bijeen en overleggen wat de beste aanpak is. Die aanpak wordt altijd met u besproken.

Onze interne begeleider is: Sandra Lentfert.

Soms kan de school het niet alleen af en is het noodzakelijk om meer zicht te krijgen op de ontwikkeling van uw kind. De school roept de hulp van deskundigen van buitenaf in.

Op dat moment is er sprake van een basisteam. Het betreft de algemene aanpak, zoals regels en routines, afspraken over klassenmanagement, het zelfstandig werken, het toepassen van het Directe Instructie Model, etc..

Als een leerling herhaald en aantoonbaar onvoldoende profiteert van het excellente onderwijsaanbod (basiszorg), dan is dit een leerling met specifieke onderwijsbehoeften en komt hij/zij voor de breedtezorg in aanmerking.

Hier zoomt men in op kansen en belemmeringen (stimulerend en belemmerend) op basis van handelingsgericht-proces-onderzoek.

Dit resulteert in een eigen leerweg, het opstellen en het uitvoeren van ontwikkelingsperspectief (OPP). Dit kan door o.a. het inzetten van zorgmiddelen / deskundigheid / ondersteuning vanuit passend onderwijs.

Voor leerlingen, waar zeer specifieke deskundigheid vereist is kennen we de dieptezorg. Deze is zo specialistisch, dat verwijzing noodzakelijk is.

Bij Consent is op structurele wijze de kwaliteitszorg bovenschools georganiseerd.

Er is een kwaliteitsgroep bestaande uit een bestuurder, de twee directeuren van de SBO scholen, de coördinator van het Steunpunt WSNS en een medewerker vanuit het stafbureau.


Hoe ‘passend’ kan onderwijs zijn?
 

Wat moet en kan een leraar die leerlingen in z’n klas heeft met belemmeringen die horen bij ADHD, PDD/NOS, dyslexie of faalangst? Zijn de leraren wel toegerust om deze leerlingen te begeleiden?

Per 1 augustus 2014 wordt op alle Nederlandse scholen het ‘Passend Onderwijs’ ingevoerd. Passend Onderwijs houdt in dat elk kind het onderwijs en de begeleiding krijgt die het beste aansluiten bij zijn of haar talenten en beperkingen. Dit geldt ook voor kinderen met een stoornis, ernstige ziekte of handicap. De ‘zorgplicht’ verplicht scholen en schoolbesturen om te zorgen voor een passende onderwijsplek en passend onderwijs voor elke leerling. In Enschede begeleidt het Steunpunt Onderwijszorg de basisscholen bij het vormgeven van een nieuwe zorgstructuur gericht op de meest recente ontwikkelingen.

Moeten we ‘het plakken van etiketten’ dan veroordelen? Nee, er zijn kinderen die zoveel hinder ondervinden van aangeboren stoornissen, dat ze aangewezen zijn op specifieke begeleiding. In de nieuwe zorgstructuur wordt hierin voorzien door een vast team van begeleiders:

Een basisteam dat zich richt op het versterken van leerkrachtvaardigheden.

Een breedteteam, waaronder een orthopedagoog en een leerkracht passend onderwijs. De inzet van het breedte-team is gericht op ‘wat betekent deze leerling met specifieke behoeften voor de leraar’.

Wanneer een leerling zich niet blijvend positief kan ontwikkelen en daarbij teveel aandacht vraagt van de groep en van de groepsleerkracht, dan behoort verwijzing naar een vorm van speciaal (basis) onderwijs tot de mogelijkheden.
Het diepteteam – verbonden aan het Steunpunt Onderwijszorg- 
is hiervoor verantwoordelijk.

Wanneer je als school je aandacht richt op het versterken van de vaardigheden van de leerkracht, heb je in feite het ‘denken in etiketten’ al losgelaten. Je bent dan bezig met handelingsgericht werken dat direct van invloed is op het functioneren van kinderen.

‘het moet landen op het bureau van het kind’. 

Goed onderwijs en een goede didactiek staan al jaren voorop op onze basisschool. We hebben gemerkt dat opbrengstgericht werken in een veilige pedagogische context veel problemen kan voorkomen. De laatste jaren hebben we onze focus verlegd van het denken in stoornissen naar handelingsgericht werken en van kindfactoren naar leerkrachtcompetenties. Onze leraren weten hoe belangrijk ze voor kinderen kunnen zijn, of er nou wel of geen diagnose gesteld is. Als we uitgaan van kansen in plaats van belemmeringen vergroten we de mogelijkheden van de kinderen. Hierbij is de communicatie met ouders van wezenlijk belang. De ouders weten immers vaak al lang wat het beste werkt bij hun kind.

We blijven ons als school ontwikkelen en we blijven zoeken naar het meest optimale aanbod voor al onze kinderen.

Zo passend kan onderwijs zijn.